De man en de parkeerplaats

Gisteren moest ik vroeg beginnen met werken. En met vroeg bedoel ik ook echt vroeg, om zes uur reed ik thuis weg, iets over half zeven kwam ik aan. Ik was wel ruim op tijd, dus ik kon nog even snel op mijn telefoon mijn mail bekijken, want ik zou zweren dat ik hem voelde trillen onderweg.
Opeens hoorde ik iets bij de auto. Schrik! Er werd op het raam geklopt. Ik keek op, recht in het gezicht van een donkere gestalte. Mijn eerste impuls was de deur op slot maken. Met die methadonpost naast de parkeerplaats weet je het tenslotte maar nooit. Dit lukte me alleen niet meer voordat er een zacht “goeiemorgen” van buiten klonk. Een beetje van de schrik bekomen keek ik op en groette maar netjes terug. De deur overigens nog veilig dicht.
“Zou u misschien de auto weg willen zetten?” werd er gevraagd. He? De auto wegzetten? Maar ik sta hier op de parkeerplaats bij mijn werk, ik mag hier toch staan? Hoezo dan? Ik kon de man nauwelijks verstaan, dus ik maakte de deur voorzichtig een beetje open.
De gestalte vervolgde: “we willen hier vandaag graven, ik loop hier een beetje rond vanmorgen om te voorkomen dat mensen hier parkeren.” Ah, een bouwvakker dus.
“Oh, is het dan niet een idee om dit stuk met een lintje af te zetten?” vroeg ik. “Je jaagt mensen de stuipen op het lijf,” dacht ik erachteraan, maar ik heb het maar niet gezegd. Ik heb netjes mijn  auto op een andere plaats gezet, dan konden de bouwvakkers erbij.
Eenmaal binnen heb ik snel een bak koffie gepakt, die had ik wel verdiend vond ik zelf. Je maakt nog eens wat mee in de vroege ochtend op een donkere parkeerplaats.

3 gedachtes over “De man en de parkeerplaats

Geef een reactie op lauradenkt Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.