… en het heet Nemo. Nemo is de nieuwste aanwinst in onze beestenboel. We kregen hem, of haar, ik heb eigenlijk geen idee of en hoe je dat kunt zien bij vissen, deze week van kennissen die dachten dat hij (ik blijf voor het gemak maar ‘hij’ typen) bij ons beter af zou zijn. Dus hebben we sinds deze week een adoptie-goudvis. Omdat hier natuurlijk geen ellenlange procedures aan vooraf gaan, kwam het nogal onverwacht. We kwamen eigenlijk een diepvries brengen, en als je ons had verteld dat we met een goudvis weer thuis zouden komen, nou, ik weet niet wat ik dan gedacht zou hebben. Daar kwamen we meteen bij het eerste probleem: hoe moesten we hem meenemen. We moesten nog best een stukje rijden, en het was natuurlijk niet de bedoeling dat hij onderweg uit de kom zou schudden. Hij moest tenslotte beter af zijn bij ons. Een zakje, zoals je krijgt als je bij de dierenwinkel een goudvis koopt, was er ook niet. Sowieso zouden we de vis niet uit de kom krijgen, door gebrek aan een schepnetje. Opeens ging er een lichtje branden. We hadden nog zo’n winkelmandje in de auto staan, en een groot iets, zodat hij geen kant op zou kunnen in het mandje. Een beetje water uit de kom, en het zou moeten gaan. Je moet wat natuurlijk. En zo kwam het dat we laat in de avond over de snelweg reden, met een vis achterin de auto. Natuurlijk heeft Nemo het overleefd, thuis heeft hij meteen een schone kom gekregen, en nu staat hij al een paar dagen bij ons. Ondertussen kunnen we bijna een dierentuin beginnen, maar goed, een goudvis hadden we nog niet, en daar is altijd wel een plekje voor te vinden. Onverwachts, maar welkom, we hebben een goudvis!
